Mei 5, 2017 Isabelle De Vos 0Comment

Als er iets is buiten het sovjet verleden, de muziek of theaterstukken, dat voor een groot deel bijdraagt aan de Russische identiteit, dan is het wel de Russische literatuur. Samen met Emmanuel Waegemans, auteur van Geschiedenis van de Russische literatuur en hoogleraar aan de KU Leuven en samen met Wim Coudenys, hoogleraar Russische geschiedenis aan de KU Leuven, ga ik op zoek naar een stukje van de Russische ziel die door de literatuur wordt weerspiegeld.

Ik ontmoet Emmanuel Waegemans en Wim Coudenys aan de faculteit letteren waar ze een lezing geven over de geschiedenis van de Russische literatuur. Hoog tijd dus om het eens met hen te hebben over de het belang van literatuur in Rusland en hoe die literatuur de Russische cultuur heeft beïnvloedt en omgekeerd. Wanneer er dan gesproken wordt over de literatuur en de Russische identiteit kan het niet anders dan het ook te hebben over ‘de Russische ziel’.

Volgens Coudenys is de idee van ‘de Russische ziel’ deels ontstaan uit de Russsische literatuur van de 19de eeuw. Schrijvers als Dostojevski en Tolstjoj, maar ook dichters zoals Aleksandr Poesjkin, Michail Lermontov en Fjodor Tjoettsjev, hebben deze ziel mee gevormd. Coudenys vertelt daarbij ook dat het niet enkel te maken heeft met de Russische literatuur, maar ook met de manier waarop de Russen vanuit het westen werden bekeken. ‘Je kunt natuurlijk uren doorgaan over deze kwestie, maar dat gaat ook over hoe men Russen observeren. De literatuur is ook bijna de weerspiegeling van de Russische ziel. De idee dat Russen een ziel hebben zo diep als een paar verdiepingen naar beneden gaat, dat is iets wat komt uit de Russische literatuur. En dat is een interpretatie van het Westen dat de Russen met plezier geadopteerd hebben. Het is een beetje een vizieuze cirkel en het bevestigd elkaar voortdurend. Maar door de beeldvorming die door de literatuur gecreëerd is, verkrijgen we soms  ook een vertekend beeld van de Russische identiteit.’ Het is misschien door die literatuur dat de Russen soms geassocieerd worden met drama en melancholiek, maar volgens Waegemans gaat het belang van literatuur voor de Russen nog wat verder dan dat.

Wim Coudenys, doceert Russische cultuurgeschiedenis aan de KU Leuven
Emmanuel Waegemans doceerde Russische literatuur aan de KU Leuven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Spiegeltje, spiegeltje

 Volgens Waegemans was de literatuur voor 1991 niet alleen een weerspiegeling van de ziel maar ook een middel om een beeld te kunnen vormen van de samenleving. ‘Het feit dat literatuur bij de Russen zo veel meer wordt geapprecieerd, heeft te maken met identiteit. De Russen vinden dat heel hun wezen, alles waar ze naar verlangen en waar ze in geloven daarin zit. Literatuur was voor hun trouwens ook een belangrijk middel om iets over hun land te leren. De literatuur als spiegel van het leven. Het onderwijs in Rusland is natuurlijk ook nog heel traditioneel ingesteld. Dus al die gedichten van Poesjkin, Lermontov, Tsjoettsjev, Essenin, worden volledig uit het hoofd geleerd. De Russen zitten bijvoorbeeld op café, met een stuk in hun voeten en kramen gewoon citaten van Poesjkin uit. De andere persoon die antwoord dan ook met een citaat van Poesjkin.’

 De Russische literatuur is de spiegel van het leven, maar daarnaast werd het ook gebruikt als uitlaatklep tegen het huidige bewind. ‘De literatuur werd tevens gebruikt om kritiek te uiten, maar niet enkel op een negatieve manier. Aleksandr Poesjkin bijvoorbeeld was ook vaak positief voor het bewind. Dus niet alle schrijvers waren even kritisch. De Russische schrijvers die geven echt uiting aan wat de mensen denken, willen en voelen. Voor de 21ste eeuw bijvoorbeeld was er helemaal geen vrijheid. Vrijheid in Rusland bestaat pas sinds 1991 hé. Dus tot eind 20ste eeuw was literatuur het enige medium om informatie te verspreiden. In het Russische parlement bijvoorbeeld, jongleren ze nu nog altijd met citaten van Poesjkin, en iedereen weet ook dat het een citaat van Poesjkin is en dat het antwoord ook van Poesjkin is. Ze zeggen dat er natuurlijk wel niet bij als ze hem citeren. Op die manier is dat de hele tijd een steekspel van citaten. Ook in dagelijkse conversaties gebruiken ze dergelijke citaten en je moet die ook kennen, anders ben je een analfabeet. Dus als je een citaat van Poesjkin niet kent en niet met een citaat van Poesjkin kan antwoorden, dan ben je analfabeet. Dat komt deels ook omdat literatuur het enige forum was of de enige uitlaatklep. Dus je ziet dat is het voordeel van onvrijheid hé. Een Amerikaanse schrijver zei ooit eens: “On the beneficence of censorship. De weldadigheid van censuur, daar is natuurlijk iets voor’, besluit Waegemans.

Alexsander S. Poesjkin